Levensloop Truus Mulders bij haar afscheid

Om te beginnen moet ik jullie allemaal héél véél groeten doen. We zijn nu toch allemaal bij elkaar en ons mam heeft me dit vorige week woensdag uitdrukkelijk opgedragen.

Het begon zo’n anderhalve week geleden toen we op zondag bij ons mam kwamen. Voor het eerst in mijn leven betrapte ik haar op verwarring. Ze was zich daar zelf ook van bewust.
Op maandag zijn ze begonnen om haar te behandelen voor een longontsteking. Op woensdagmorgen zijn we weer geweest en toen zat ze nog helder in haar stoel. Ze had er nog zin in vertelde ze en ze wou nog een tijdje door. ’s Avonds rond 20:30 werd ik gebeld met de boodschap dat het kritiek werd. Er was sprake van extreem hoge bloeddruk. Natuurlijk zijn we weer naar Rooi gereden en daar aangekomen begon ze steeds meer over afscheid te praten.
De huisarts kwam erbij en ons mam nam nog actief deel aan de discussie over wel of niet naar het ziekenhuis voor aanvullend onderzoek. Geheel in lijn met haar wensen hebben we een traject in gang gezet dat niet meer gericht was op genezen maar op comfort in een naderend einde. Als het ziekenhuis klaar was met behandelen dan mocht ze terug naar huis.
De woensdagnacht en een deel van de donderdag heeft ze in het ziekenhuis doorgebracht. Het is een van haar laatste, volledig bewuste, uitspraken geweest om te zeggen dat ze een hele fijne man heeft gehad. Ik ga naar onze pap.
Donderdag laat in de middag was ze weer thuis. Zo mogen we haar kamer op Odendael gerust noemen. Daar is ze weer gelukkig geworden op “naar haar zeggen” de mooiste kamer.
In het ziekenhuis is men begonnen met rustgevende medicijnen maar er was nog steeds een bewustzijn en ze was nog steeds aanspreekbaar.
Op vrijdag hebben we in overleg met de huisarts besloten om over te gaan op andere medicijnen. Dit om angst te voorkomen en om verder comfort te bieden; dus geen pijn en geen benauwdheid. Met deze beslissing hebben we ook geaccepteerd dat ze niet meer aanspreekbaar zou zijn.
Op zondagmiddag is ze zachtjes weggegleden. Wij denken dat ze met een grote glimlach op haar wolk zit omdat we er in alle harmonie, met Theo, Gerrie en mezelf, Edith, Eef en Rob, bij waren toen het moment daar was.

De cirkel is rond.

We hebben gezamenlijk een thema gekozen voor het begraven van ons mam. Dit thema wordt weergegeven op het drukwerk door middel van een boom die de kenmerken van de vier jaargetijden draagt. Tijdens deze dienst spelen we de delen van de 4 jaargetijden zoals de Italiaanse componist Vivaldi ze op muziek heeft gezet.

d'n boom

Levensverhaal

Ons mam wordt geboren; of als we trouw zijn aan het thema, ze ontspringt op 8 februari 1923 in de Weieven. Daar brengt ze het voorjaar van haar leven door in het gezin van Broor van Hoof die getrouwd is met Doortje Kluitmans. Ze is de derde uit een gezin van 7 kinderen en het 2e meisje.
Als ik terugdenk aan de verhalen die ons mam over die tijd had dan moet ik onwillekeurig denken aan de Aardappeleters van Vincent van Gogh. Karakteristieke koppen met grote oren en neuzen. Samen aan een tafel met eerlijk maar eenvoudig eten. Geen leidingwater, geen elektriciteit maar houtkachels of misschien kolen en geen internet. Arm maar warm. Ze was altijd vol bewondering over de liefde die ze van thuis heeft meegekregen.

School

Ons mam doorloopt de lagere school in Nijnsel en in de dagelijkse wandelingen tussen thuis en school ontdekt ze haar fascinatie voor vogels. Tot op hoge leeftijd kreeg ze het voor elkaar om haar parkieten te laten praten.

Op haar 14e gaat ze van school en gaat ze, zoals dat gebruikelijk was in die tijd, bij d’n boer werken. Dan breekt ook een periode aan dat ze veel werd ingezet bij tantes, ooms, broers en zus. Tegenwoordig heet dat mantelzorg maar toen heette dat bijspringen. Een paar jaar geleden las ik een brief van haar neef “Heeroom” die opa het voorstel deed om Truus als non in het klooster te laten gaan. Gelukkig is dat er nooit van gekomen.

Verkering

De omslag van lente naar zomer begint ergens rond 1950 als ze verkering krijgt met Jan Mulders. Een onderduiker uit Rotterdam die na de oorlog in Rooi is blijven hangen. Deze verkering duurt tot 1959 als ze op 2 september samen in het huwelijk treden. Ze vieren een gezamenlijke bruiloft met ome Jan en tante Maria.

Ome Jan gaat verder op de boerderij in de Weieven en ons mam doet wat ze zichzelf beloofd heeft. Ze voorkomt dat opa en oma naar de bejaardenzorg in het klooster in Rooi moeten. Het is haar schrikbeeld dat mannen en vrouwen daar gescheiden op zaal worden gehuisvest.
Dat dus niet. Niet voor de mensen die zo liefdevol voor haar hebben gezorgd.

Haverland

De zomer komt echter nog niet goed tot zijn recht omdat opa zwaar dement is en de situatie thuis beheerst. Ik heb dat als klein kind allemaal meegekregen en ik heb nog steeds het beeld op m’n netvlies staan dat hij haar naar de keel vloog. Mijn schreeuwen heeft hem denk ik tot loslaten gebracht. Er was namelijk nog iets gebeurd in de tussentijd dat het echt het vermelden waard is. Op 18 juni 1960 ben ik geboren. Als we terugrekenen dan was ze waarschijnlijk een dag na de bruiloft al zwanger. Ze lieten er in ieder geval geen gras over groeien.
Opa sterft in 1964. Ruim een jaar nadat Theo werd geboren op 14 januari 1963. Gelukkig hadden we oma die ons heel liefdevol heeft opgevoed terwijl ons mam helemaal was doorgedraaid na opa’s overlijden.

Zachtjesaan krabbelt ze weer op. De periode breekt aan dat ons mam en oma onbezorgd samen optrekken en dat ze de regie herpakt over ons huishouden. Er wordt een hele goede basis gelegd voor ons pap om, zonder sores thuis, te werken aan zijn grote passie; zijn garagebedrijf. Er was wat geld uit de erfenis en ons mam hoefde voor zichzelf alleen een koelkastje. De rest van het geld kon onze pap gebruiken om wat auto’s in te kopen. De idylle wordt slechts eens in het kwartaal verstoord als de belastingaangifte weer op papier moet. Dat was voor zowel ons mam als ons pap doffe ellende.

Daarnaast heeft ze ook nog wat sores te verwerken met de oren van Theo die ziekenhuisopnames heeft gehad in Veghel en Nijmegen maar er ging geen dag voorbij of onze Theo kreeg bezoek.

Bedrog

Soms is er bedrog. Zo rond 22 maart 1966 word ik naar school gestuurd met het smoesje dat ons mam moet worden geopereerd aan haar ham-schenk. Die operatie had kennelijk complicaties want toen ik thuis kwam van de kleuterschool werd mij verteld dat ik een zusje had; ons Gerrie. Oma is in de tussentijd een paar maanden naar Nieuw Zeeland geweest en als ze bij haar thuiskomst wordt ingelicht over de derde zwangerschap van ons mam dan komt oma met de gevleugelde woorden: “Ge kunt ze ok nie alleen laten”.

De zomer zet pas echt door als we in 1969 verhuizen van de Philippusstraat op het Haverland naar de Hertog Janstraat in Eerschot.
Het geld van de erfenis is goed ingezet want ons pap draait lekker met z’n bedrijf, het huis waar we in wonen heeft 4 slaapkamers en een douche en ze begint aan een periode van gelukkige zorgeloosheid met haar moeder.

Oma overleden

De 80e verjaardag van oma wordt groots gevierd. Ome Martien komt over met tante Mien en hun kleinste; Tanya.
Met de volledige van Hoof aanhang, met de bus, wordt ome Martien uitgezwaaid op Schiphol. Als oma thuis komt hangt ze haar jas en hoedje op de kapstok en zegt tegen ons mam: “zo en nu ga ik voor m’n dood sparen”. Een jaar later sterft ze als het ware in de armen van ons mam.

Er breekt voor ons huishouden een rare tijd aan. Overdag is het de periode van de grote depressie. Tussen ’72 en ’78 lijkt het of alle ellende eruit moet. In herinner me een moeder die ’s middags op de bank lag en het eten was met tijden ook heel eenzijdig.
We zijn in die periode op materieel gebied niets tekort gekomen, het was schoon er waren alle kleren en schoolspullen die we nodig hadden maar opvangen na school met een kopje thee was er niet bij.
Vorige week zei ze nog tegen mij: “ik heb heel veel zorg gehad” waarop ik zei: “dat heb je inderdaad. Je hebt je dosis zorg ruimschoots gehad maar jullie hebben ook gruwelijk gefeest”. Dat klopt zei ze: “we hebben ook heel veel lol gehad”…
Het is de periode van de vaste patronen. ’s Avonds voor het slapen gaan en na de borreltjes wordt het koffiezetapparaat klaargezet voor de volgende morgen. Onze papa staat ’s morgens als eerste op en als de koffie klaar is dan brengt hij z’n meisje een kop koffie met een snee peperkoek op bed.

Tussen de middag komt ons pap thuis eten, daarna doet ie z’n dutje van een half uur op de bank in de kamer (hij wist niet dat dat een “power-nap” heet) en daarna gaat ie weer naar z’n garagebedrijf. Ondertussen zijn we deftig geworden want in plaats van tussen de middag zijn we ’s avonds warm gaan eten. Na het eten ’s avonds komt ons pap via een korte stop bij van Hamont naar huis en als hij naar boven gaat om te douchen dan vertelt ons mam ‘m iedere keer weer dat ze zijn kleren klaar heeft gelegd. Dat heeft ze denk ik zo’n 365 keer per jaar gedurende een dikke dertig jaar verteld. De dinsdagavond wordt meestal besteed aan rik concours bij, wederom, van Hamont en de donderdagavond is voor het gemengd kerkkoor. Dat rikken wordt ook gebruikt om mensen over de vloer te krijgen of om bij hun rijke kennissenkring te gaan buurten en pimpelen.

De zaterdagavond wordt gebruikt om goed op stap te gaan. Ze waren partij voor elkaar als het om borreltjes ging. Er was altijd de lol die ze samen hadden en er was altijd liefdevol zichtcontact en knipogen over en weer als ze op stap waren. Overdag was er wel eens een knor naar elkaar maar echt bonje daar hebben we nooit iets van meegekregen.

Herfst

De late zomer gaat over in de herfst als wij, haar kinderen, het huis uit gaan en ook als het bedrijf van ons pap moet gaan verhuizen.
Van Kaathoven groeit en groeit en in alle redelijkheid, ons pap z’n bedrijf zit de groei van de van Kaathovens echt in de weg. De zware beslissing wordt genomen dat ons pap de laatste jaren van zijn arbeidzaam leven ergens anders met z’n auto’s verder moet.
Dit is ook de periode dat de eerste tekenen van onze pap z’n fragiele gezondheidssituatie zich aanmelden. Ze zien de levens van hun kinderen, die zelf relaties zijn aangegaan, zich ontwikkelen. Kleinkinderen dienen zich aan, eerst Jan, maar ergens kort voor de geboorte van Roy en ruim een jaar na de geboorte van Peter komt de rampzalige herfststorm voorbij die haar vent uit haar leven rukt.
In 1991 wordt ons mam weduwe. Ze is dan 68. Het is ze niet gegund om samen geleidelijk grijzer en ouder te worden. Zo’n twee jaar na het overlijden van ons pap zegt ze de Hertog Janstraat vaarwel en ze verhuist naar een gloednieuw appartement aan de Dommelstraat.
Lichamelijke aftakeling wordt ons mam ook niet bespaard. Heup transplantaties rekken haar mobiliteit. De eerste kunstheup is van ’78 en later volgen er nog 2. Haar scoot-mobiel blijkt de sleutel tot een opleving. Ze trekt de natuur in, alleen of met andere bewoners uit de directe nabijheid van de Dommelstraat.

Ongemakken

Haar gehoor gaat achteruit en zo’n jaar of 5 geleden komt het spook maculadegeneratie op haar pad. Hierdoor wordt haar zien ook enorm belemmerd. De streekromans die ze al 40 jaar leest worden geleverd met grote letters en haar loep is de sleutel tot krantlezen. Ze houdt de toestand in de wereld nog steeds scherp in de gaten. Daarnaast zorgt ze voor de taalkundige ontwikkeling van haar vogeltjes en als ome Pieter in de buurt komt wonen dan hebben ze bijna dagelijks contact. Contact om samen te Rummikuppen of om samen te steggelen. De vonken vliegen er soms vanaf maar het is kostelijk om die twee te zien optrekken.

Winter

De winter was vrij kort. Er waren prachtige winterdagen bij. Haar 90e verjaardag was er een van maar ergens vorig jaar zette de winter pas goed door toen ze begon te vallen. Een ziekenhuisopname bracht aan het licht dat de combinatie van alle medicijnen bijgesteld moest worden. Voor het vertrek naar het ziekenhuis nam ze heel resoluut afscheid van de Dommelstraat en na haar ontslag uit het ziekenhuis was er een korte opvangperiode in het bejaardenhuis in Boekel. Via de gastenkamer op Odendael kwam ze terecht op haar kamer op afdeling Iris kamer 310. Naar haar zeggen de mooiste kamer van Odendael. Hier was ze thuis en hier was ze gelukkig. Hier sloot zich de cirkel van het leven.

Ons mam is afgelopen zondag gestorven. Misschien klinkt het wat vreemd maar als gezin hebben wij een paar mooie dagen doorgemaakt. We hebben het samen afgerond en in deze dienst gaan we er nog eens goed voor zitten om met z’n allen ons mam haar leven te vieren. Ze wou niet lijden en ze hoefde geen 100 te worden. Ze wou naar onze pap.

Fijn dat jullie hier allemaal zijn om dit met ons te doen.